Ergotherapie
Ergotherapie

Ergotherapie

Als ergotherapeut help je mensen die door een ziekte of handicap gewone, dagelijkse dingen niet meer kunnen. Je bespreekt wat er aan de hand is en zoekt naar een oplossing. Je bedenkt aangepast keuken- of schrijfgerei, geeft training in bijvoorbeeld wassen of aankleden, of vraagt hulpmaterialen zoals een rolstoel aan. 

Je houdt je als ergotherapeut dus niet bezig met zorg. Je leert hoe je cliënten adviseert, traint en coacht. Je moet goed kunnen luisteren en creatieve oplossingen bedenken zodat de persoon weer zelfstandig zijn dingen kan doen. Thuis, op het werk, op school of in de vrije tijd.

  • Locatie Heerlen
  • Duur 4 jaar, start in september
  • Afstudeertitel Bachelor of Science
  • Eerstejaars studenten 133
  • Taal Nederlands
  • Studenttevredenheid 8,0
Ook dit jaar weer de beste Ergotherapie-opleiding van Nederland! (bron: Keuzegids 2019) 

De opleiding in beeld

Over de opleiding

Over de opleiding

Wat ga je leren?

Als ergotherapeut heb je een mix van kennis en vaardigheden nodig. Je leert hoe je via observeren en gesprekken een beeld krijgt van de problemen van een cliënt. Daarvoor moet je weten hoe het menselijk lichaam werkt, maar ook hoe mensen denken en hoe je hen anders naar hun problemen kunt laten kijken.

Daarna zoek je samen met je cliënt naar oplossingen. Soms gaat het om oefenen van vaardigheden. In andere gevallen regel je voorzieningen of hulpmiddelen. Of het gaat om een combinatie van oplossingen. Soms komt er ook technologie aan te pas: welke hulpmiddelen zijn er en hoe kun je deze aanpassen? Je moet ook weten van welke wetten en regelingen je gebruik kunt maken om je cliënt te helpen.

Als je hebt onderzocht hoe je je cliënt gaat helpen, moet je dit overbrengen. Het leren geven van advies, instructie en voorlichting zijn een belangrijke onderdeel van de opleiding.

Hoe ziet je week eruit?

Je hebt 5 tot 20 uur per week les. Je rooster verandert per blok. De overige uren besteed je aan zelfstudie en werk je samen met andere studenten aan opdrachten. Je bent 32 tot 40 uur per week met je studie bezig.

  • In hoor- en werkcolleges leer je theorie. Je leert bijvoorbeeld hoe het menselijk lichaam functioneert. Of hoe de omgeving van een persoon - partner, familie, werk en maatschappij - van invloed is op zijn ziektebeleving en herstel. 
  • In projecten breng je het geleerde in de praktijk. Onder begeleiding van een docent werk je met een groepje medestudenten een vraagstuk uit. Je bekijkt bijvoorbeeld een werkplek van een cliënt en maakt een voorstel voor de aanpassing van de werkplek. 
  • In trainingen leer je praktische vaardigheden. Bijvoorbeeld hoe je een cliënt leert rijden met een rolstoel. Maar er is ook veel aandacht voor communicatieve vaardigheden, dat wil zeggen hoe je interviews afneemt, observaties, testen of een behandeling uitvoert.

Oefenen in een levensechte omgeving

Als ergotherapeut kom je vooral bij de mensen thuis of op het werk. De opleiding beschikt daarom over een appartement met een keuken, woonkamer, slaapkamer en badkamer. Hier kun je vaardigheden oefenen in een huiselijke omgeving. 

Iemand leren rijden in rolstoel saai? Het gaat erom hoe je het overbrengt.

Denk aan koken met aangepast materiaal, of terwijl je in een rolstoel zit. Naar het toilet gaan of douchen als je slecht kunt lopen.  Je werkt daarbij ook met simulatie patiënten. Je gaat twee keer op stage om het geleerde in de praktijk te brengen.

Begeleiding

Tijdens de opleiding heb je regelmatig gesprekken met je studieloopbaanbegeleider. Samen kijken jullie naar hoe het gaat met je studie. Ook kijken jullie naar je toekomst: waar wil je later gaan werken en in welke functie. Daarnaast zijn er wekelijkse bijeenkomsten met een vast groepje studenten en een coach waarin je leert samenwerken, communiceren en organiseren.

Versneld traject voor vwo’ers

Met een vwo-diploma kom je in aanmerking voor een versneld traject waarbij je in vier jaar je hbo-diploma van Zuyd én je masterdiploma van Maastricht University haalt. In de eerste twee jaren volg je - naast het reguliere programma – extra vakken: Methodologie en Statistiek.  Dit betekent een verzwaring van 12 tot 15 uur bovenop de normale 40 uur per week.  In het laatste jaar combineer je de stage en afstudeerscriptie. Mocht het programma te zwaar blijken dan kun je zonder vertraging weer naar het reguliere vierjarige programma overschakelen.  Lees de factsheet voor meer informatie. 

Uit de theorie kun je veel halen, maar je moet in de praktijk dingen ook echt op je af laten komen. Proberen en fouten maken, want daar leer je alleen maar van. Bijvoorbeeld bij een eerste gesprek met een cliënt om te achterhalen waar het probleem zit. In het begin voelt dat wat onwennig, ongemakkelijk. Bij elk gesprek moet je het vertrouwen van iemand winnen en doorvragen naar gevoelige plekken. Als iemand voor je echt moet huilen,dan voelt dat toch anders dan als je erover leest in een boek. Het brengt ook bij jezelf wat teweeg als je die emoties voor je ziet.

Yves
student
  • Collegegeld en overige kosten

    Voor elk studiejaar dat je bij ons studeert, betaal je collegegeld. Ook als je in dat jaar alleen stage loopt. Je collegegeld is afhankelijk van je persoonlijke situatie en opleiding.  

    Naast het collegegeld moet je rekening houden met bijkomende kosten voor boeken en ander studiemateriaal.

  • Onderwijs- en Examenregeling

    In de onderwijs- en examenregeling (OER) vind je alle informatie over de inhoud van de opleiding, de begeleiding die je krijgt en de manier waarop de toetsing binnen de opleiding wordt geregeld. 

    • Bekijk de actuele OER (pdf). 
  • Studie in cijfers

    Wil je weten hoe huidige studenten deze opleiding beoordelen? En wat je kansen zijn op een baan? Bekijk dan de objectieve informatie gebaseerd op openbare, betrouwbare bronnen (zie Studiekeuze123). Hiermee kun je onze opleiding vergelijken met het landelijk gemiddelde.

studieopbouw

Studieopbouw

In de eerste twee jaar leer je veel theorie en train je vaardigheden. Je past deze toe in praktijkopdrachten, individueel of in kleine groepen. Vanaf het derde jaar bepaal je zelf waar je meer over wilt leren en kies je een stage en afstudeeronderwerp die daarbij passen.

  • Jaar 1

    Het jaar bestaat uit 4 blokken van 10 weken. Elk blok bestudeer je een andere doelgroep: volwassenen, kinderen of ouderen met diverse problemen. Je leert hoe je problemen in kaart brengt en hoe je oplossingen kunt bedenken. Je verdiept je in de theorie die daarbij belangrijk is:

    • menselijk lichaam
    • ziektebeelden
    • psychologie
    • sociologie
    • wetgeving 

    Daarnaast train je vaardigheden. Bijvoorbeeld:

    • hoe leer je iemand zich met één hand aan te kleden;
    • hoe instrueer je een partner of verzorger;
    • hoe voer je een werkplekonderzoek uit;
    • hoe schrijf je een advies.


    Blok 1: Volwassenen 
    Je leert hoe je volwassenen met beperkingen door een chronische ziekte kunt helpen. Jouw doel daarbij is dat zij zoveel dingen mogelijk zelf kunnen doen. Je oefent bijvoorbeeld activiteiten in het huishouden of bewegen binnen of buitenshuis. Of je adviseert hulpmiddelen voor vrijetijdsbesteding of werk.  

    Blok 2: Kinderen en jongeren
    Je bestudeert kinderen en jongeren met een beperking. Hoe verloopt de ontwikkeling van spelen en leren? Hoe zorg je ervoor dat deze kinderen zoveel mogelijk kunnen meedoen op de speelplaats, in de klas of bij uitstapjes? Hoe reageren andere kinderen, ouders en leerkrachten op kinderen met een beperking?

    Blok 3: Werken met een beperking
    Hoe zorg je ervoor dat mensen met een beperking aan het werk kunnen blijven? Hoe voorkom je gezondheidsproblemen van werkende mensen? Ook bestudeer je preventie, ziekteverzuim en reïntegratie en wetten rondom werken.

    Blok 4: Ouderen
    Je leert hoe je een oudere die nog zelfstandig woont, zoveel mogelijk onafhankelijk kan laten functioneren en kan laten deelnemen aan het dagelijks leven. Daarbij maak je gebruik van de mensen om hem heen en slimme technieken zoals wandgrepen, afstandsbediening voor gordijnen of verlichting.

  • Jaar 2
    • Je bestudeert hoe je mensen kunt helpen die revalideren na een beroerte en mensen met chronische pijnklachten. Je gaat de praktijk in en neemt een kijkje in revalidatiecentra en praat met mensen over hun ervaringen.
    • Je leert hoe je jongeren en volwassenen met psychische problemen kunt ondersteunen. Je helpt bijvoorbeeld mensen die problemen hebben bij het invullen van hun dagindeling. Het gaat bij deze mensen vooral om coachen en meedenken. Het gaat daarbij om praktische zaken, maar ook om hoe zij met geld moeten omgaan. Je leert hoe je samenwerkt met andere hulpverleners, bijvoorbeeld de social worker. 

    Leren samenwerken
    In je toekomstig beroep werk je samen met andere hulpverleners. Je bereidt je daarop voor via samenwerking met studenten van andere opleidingen als Verpleegkunde, Fysiotherapie of de Huisartsenopleiding. Jullie bespreken bijvoorbeeld de problemen van een bepaalde cliënt en stellen vast wat iedereen vanuit zijn achtergrond voor die patiënt betekenen kan.

  • Jaar 3

    Vanaf het derde jaar kun je je via stage en keuzevakken gaan richten op de doelgroep die jij interessant vindt. Bijvoorbeeld kinderen of ouderen. Je loopt in het derde en vierde jaar twee keer twintig weken stage. Je brengt tijdens je stage alles wat je geleerd hebt in praktijk en gaat eerst onder begeleiding en later zelfstandig cliënten behandelen. Je kunt ook stage lopen in het buitenland.

  • Jaar 4

    Het laatste halve jaar werk je aan je afstudeerproject. Je doet een onderzoek in opdracht van een externe opdrachtgever. Je onderzoekt bijvoorbeeld de problemen rondom het toenemend scootmobiel gebruik in wooncomplexen. Je wordt daarbij begeleid door een docent en de opdrachtgever. Je sluit je afstudeerproject af met een rapportage, je scriptie, en een presentatie.

Toelatingseisen

Toelatingseisen

  • Havo

    Je wordt met alle profielen toegelaten:

    • Natuur & Techniek
    • Natuur & Gezondheid
    • Economie & Maatschappij
    • Cultuur & Maatschappij
  • Vwo

    Je wordt met alle profielen toegelaten:

    • Natuur & Techniek
    • Natuur & Gezondheid
    • Economie & Maatschappij
    • Cultuur & Maatschappij

    Versneld traject 
    Omdat dit studieprogramma zwaarder is, stellen we als extra toelatingseis dat je op het vwo goed hebt gepresteerd. Je hebt bv. een cijferlijst met een gemiddelde van een 7.

  • Mbo

    Je wordt toegelaten tot de opleiding als je een mbo-4 diploma hebt.

  • 21+

    Heb je niet het juiste diploma maar ben je 21 jaar of ouder, dan kun je een toelatingstoets afleggen. Dit bestaat uit een persoonlijkheidsonderzoek, capaciteiten- en interessetest. Aan dit onderzoek zijn kosten verbonden. Verdere informatie over dit onderzoek kun je krijgen bij de studentendecaan van de opleiding: roos.franssen@zuyd.nl

  • Buitenlandse studenten

    Als buitenlandse student kun je worden toegelaten als je een gelijkwaardig diploma bezit en de Nederlandse taal voldoende beheerst. Dat betekent dat je voor het begin van het eerste studiejaar gestart moet zijn met je cursus NT2II, de cursus Nederlands voor anderstaligen die je afsluit met een staatsexamen. Je moet het staatexamen behalen voor het einde van leerjaar 1. Neem hiervoor contact met onze studentendecanen:

    roos.franssen@zuyd.nl, T +31 (0)6 41 90 02 32
    marjo.dullens@zuyd.nl, T +31 (0)6 380 732 84

Past deze opleiding bij jou?

Verder is het belangrijk dat je je herkent in de volgende eigenschappen:

  • Inlevend: je kunt goed luisteren en je verplaatsen in de cliënt om te begrijpen wat hij belangrijk vindt.
  • Analytisch: jij kunt gemakkelijk de situatie in kaart brengen en overzien wat je moet doen om tot oplossingen te komen.
  • Ondernemend en creatief: ook als er geen kant-en-klare oplossingen zijn, vind jij toch een manier om de cliënt te helpen.
  • Communicatief: je praat gemakkelijk, met cliënten, hun familie of andere hulpverleners, je kunt goed samenwerken en overbrengen wat je wilt.

Schrijf je in voor deze opleiding

Beroep

Beroep

Als afgestudeerd ergotherapeut kun je aan de slag in heel verschillende organisaties. Je werkt met kinderen, volwassenen of ouderen. Of je adviseert aan groepen medewerkers van een bedrijf of organisatie. Onderstaand vind je enkele voorbeelden. Je kunt natuurlijk ook een eigen praktijk beginnen.

  • Gezondheidszorg

    Je kunt aan het werk in een gezondheidscentrum, verpleeg- of verzorgingshuis, ziekenhuis, revalidatiecentrum of psychiatrische instelling. Je werkt altijd samen met anderen in een team rond de cliënt en je werk is erop gericht om de cliënt voor te bereiden op zijn thuiskomst.

  • Welzijnszorg

    Je gaat bijvoorbeeld werken in een woonvorm voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking en leert hen hoe ze dagelijkse werkzaamheden kunnen doen of verbeteren, zoals koken, stofzuigen, tuinieren.

  • Bedrijfsleven

    Je kunt gaan werken bij een bedrijf dat hulpmiddelen verkoopt of dat begeleiding biedt bij re-integratie.

  • Gemeente

    Bijvoorbeeld als adviseur voor woningaanpassingen. 

  • Onderwijs

    Je begeleidt bijvoorbeeld kinderen met een beperking.

  • Arbodienst

    Als adviseur voor aanpassing van werkplekken.

Verder studeren

Na het behalen van je bacheloropleiding kun je doorstuderen op universitair niveau:

  • Gezondheidswetenschappen (Universiteit Maastricht)
  • Biomedische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Nijmegen)
  • Pedagogische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Nijmegen)
  • Sociologie (Universiteit van Amsterdam) 
  • Pedagogische Wetenschappen  (Universiteit van Amsterdam) 
  • Culturele Antropologie (Universiteit van Amsterdam) 
  • Onderwijskunde (Universiteit van Amsterdam) 
  • Bewegingswetenschappen (Universiteit van Amsterdam) 
  • European Master of Science in Occupational Therapy (bij vijf verschillende universiteiten mogelijk)

Secretariaat Ergotherapie
Nieuw Eyckholt 300
6419 DJ Heerlen