Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer Skip to search Skip to menu
Prinsjesdag 2026

Zuyd beschouwt: “Prinsjesdag verdeelt meer dan geld”

8 september 2026 5 minuten leestijd
Koffertje Prinsjesdag

Met Prinsjesdag 2026 in aantocht nemen enkele lectoren van Zuyd Hogeschool, vanuit hun expertise, actuele ontwikkelingen en uitdagingen in Nederland onder de loep. Op Prinsjesdag zelf gaat onze bestuursvoorzitter André Postema in op de betekenis van de Miljoenennota voor studenten en het hoger onderwijs. Maja Ročak, lector Sociaal Werk, verzorgt de aftrap van de artikelenreeks. Zij staat stil bij de vraag of mensen met hetzelfde   koopkrachtplaatje de gevolgen van de keuzes op Prinsjesdag even sterk in hun portemonnee voelen.

Door: Maja Ročak, Lector Sociaal Werk, Zuyd Hogeschool

Op Prinsjesdag horen we straks opnieuw welke keuzes het kabinet maakt en wat die betekenen voor onze portemonnee. De koopkrachtplaatjes volgen snel. Wie gaat erop vooruit, wie achteruit en met hoeveel procent?

Maar achter die cijfers ligt een fundamentelere vraag. Want politieke keuzes verdelen niet alleen geld. Ze verdelen ook zekerheid, risico, bescherming en verantwoordelijkheid. De vraag is daarom niet alleen: Hoeveel mensen gaan erop vooruit? Maar ook: Hoeveel onzekerheid moeten zij zelf dragen?

In 2013 deed de participatiesamenleving officieel haar intrede in de Troonrede. Wie al wat langer meeloopt in het sociaal domein, kan de woorden die daarna kwamen bijna dromen: eigen kracht, zelfredzaamheid, meedoen, het netwerk benutten, verantwoordelijkheid nemen. Je zou er een aardige bingokaart mee kunnen vullen. Maar ruim tien jaar later dringt zich een andere vraag op: hoeveel eigen verantwoordelijkheid kun je van mensen vragen, als de mogelijkheden om die verantwoordelijkheid te dragen zo ongelijk verdeeld zijn?

Inmiddels klinkt in de Troonredes ook een andere taal. Thema's als bestaanszekerheid, bescherming, vertrouwen en gehoord worden zijn nadrukkelijker teruggekomen. Steeds duidelijker wordt dat eigen regie en participatie alleen betekenis krijgen als er een zekere bodem onder het bestaan ligt. Wie voortdurend brandjes blust rond inkomen, wonen of zorg, heeft immers minder ruimte om mee te doen en verantwoordelijkheid te dragen.

Dat is geen terugkeer naar de verzorgingsstaat. Het roept vooral de vraag op wanneer het redelijk is verantwoordelijkheid bij mensen zelf te leggen, en welke zekerheid daartegenover moet staan.

Dezelfde tegenvaller, een ander gevolg

Neem twee huishoudens die er volgens de koopkrachtplaatjes ongeveer evenveel op vooruitgaan. Bij beide gaat de auto kapot. De reparatie kost 800 euro. Zonder auto wordt het lastig om op het werk te komen.

In het ene huishouden is er spaargeld, een vast contract en een eigen woning. De reparatie is vervelend, maar wordt betaald.

In het andere huishouden is geen buffer aanwezig. De huur is hoog en het arbeidscontract tijdelijk. Dezelfde rekening roept ineens andere vragen op. Kan de betaling worden uitgesteld? Hoe kom ik op mijn werk? Welke andere rekening betaal ik deze maand niet?

Beide huishoudens zijn kwetsbaar voor pech. Maar ze zijn niet even goed beschermd tegen de gevolgen ervan. Precies daar schieten koopkrachtplaatjes tekort.

Bestaanszekerheid gaat daarom over meer dan inkomen. Het gaat ook over de mogelijkheid je leven enigszins te plannen en over de zekerheid dat één onverwachte rekening niet meteen je hele bestaan onder druk zet.

Een overheid verdeelt dus niet alleen middelen. Zij bepaalt ook welke risico's we gezamenlijk dragen en welke risico's mensen zelf moeten opvangen. Wie kan rekenen op bescherming? Wie moet eerst het eigen netwerk aanspreken? Wie moet steeds opnieuw aantonen dat hulp nodig is?

Ook dat zijn politieke keuzes, ook wanneer ze niet zichtbaar worden in een koopkrachtpercentage.

Ook voor organisaties als een hogeschool is bestaanszekerheid geen abstracte discussie

Als lector Sociaal Werk verbonden aan Zuyd Hogeschool, bekijk ik deze vraag ook vanuit de dagelijkse praktijk van het hoger onderwijs. Voor een hogeschool raakt bestaanszekerheid, net zoals bij andere organisaties, rechtstreeks aan de mensen met wie we werken. Studenten combineren studie vaak met werk, wonen in toenemende mate nog thuis omdat een betaalbare kamer moeilijk te vinden is. Zij krijgen te maken met onzekerheid over inkomen, wonen en toekomst. Ook in onze regio zien professionals en organisaties dagelijks wat er gebeurt wanneer verschillende vormen van onzekerheid zich opstapelen.

Daarom is bestaanszekerheid ook een vraagstuk voor onderwijs en kennisontwikkeling. Welke samenleving leiden we onze studenten binnen? Welke problemen leren we hen als individueel vraagstuk te zien, en leren we hen ook kijken naar de omstandigheden die erachter liggen?

Zeker in Limburg en andere perifere regio’s, waar grote verschillen in gezondheid, inkomen, wonen en kansen naast elkaar bestaan, zijn die vragen relevant. Een hogeschool staat niet buiten zulke ontwikkelingen. Integendeel. We leiden de professionals op die ermee te maken krijgen en doen onderzoek naar wat beleid voor het dagelijks leven van mensen betekent.

Luister ánders naar de Troonrede

Op Prinsjesdag worden de tabellen opnieuw doorgerekend. Stel onze twee huishoudens blijken er allebei 0,4 procent op vooruit te gaan.

Kijk dan nog eens naar die rekening van 800 euro. En luister ook ánders naar de Troonrede.

Waar wordt van mensen verwacht dat zij zelf meer dragen? Waar biedt de overheid bescherming? En bij wie zijn we onzekerheid langzaam normaal gaan vinden?

Mijn hoop is dat Prinsjesdag niet alleen gaat over begrotingen, percentages en plannen, maar ook over de vraag hoeveel zekerheid mensen nodig hebben om verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Want verantwoordelijkheid en zekerheid zijn geen tegenpolen. Mensen kunnen pas werkelijk verantwoordelijkheid nemen als één tegenvaller niet hun hele bestaan aan het wankelen brengt.

Uiteindelijk gaat het dus niet alleen om wat we ieder afzonderlijk overhouden, maar ook om wat we bereid zijn voor elkaar overeind te houden. Misschien zegt juist dát het meest over de samenleving waarin we willen leven en over de rol die ook het onderwijs heeft in het mede vormgeven daarvan.

Meer weten over dit  perspectief? In haar inaugurele rede Rechtvaardigheid als werkwoord gaat Maja verder in op de thema's bestaanszekerheid, verantwoordelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ga voor meer informatie naar de lectoraatspagina Social Work: Sociaal Werk | Zuyd Hogeschool.

Lees ook dit onderzoek: The Eternal Struggle for the City: In Search of an Alternative Framework for Citizen Participation in Urban Regeneration Projects in Shrinking Cities.