Zuyd beschouwt: “Nederland Klimaatneutraal? Investeer in innovatie en talent”
Met Prinsjesdag 2026 in aantocht nemen enkele lectoren van Zuyd Hogeschool, vanuit hun expertise, actuele ontwikkelingen en uitdagingen in Nederland onder de loep. Op Prinsjesdag zelf gaat onze bestuursvoorzitter André Postema in op de betekenis van de Miljoenennota voor studenten en het hoger onderwijs. Gino van Strydonck, lector Material Sciences, houdt de ambitie voor een klimaatneutrale economie in 2050 tegen het licht en beschrijft wat erbij komt kijken om die ambitie te realiseren.
Door Gino van Strydonck, Lector Material Sciences, Zuyd Hogeschool
Nog niet bekomen van een hete zomer waarin de wereld vaak letterlijk in brand stond, lijkt het kabinet onder leiding van voormalig klimaatdrammer Rob Jetten lastig tot een gedragen begroting te kunnen komen. Mede onder druk van geopolitieke ontwikkelingen, de belangen van boeren en de bouwproblematiek, lijkt nu juist dit klimaat er bekaaid van af te komen.
Dat is opvallend, omdat Nederland klimaatneutraal in 2050 dichterbij komt en een doeltreffende klimaataanpak hoognodig is. Klimaatneutraal betekent dat we gemiddeld geen negatieve invloed meer hebben op het klimaat door de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂.
Een doeltreffende aanpak van het klimaatprobleem bespaart op de lange termijn aanzienlijke kosten. Bovendien sluit een effectief beleid aan bij andere urgente uitdagingen, zoals de toenemende schaarste aan grondstoffen, de uitputting van fossiele brandstoffen en onze afhankelijkheid van het buitenland. Door over te stappen op circulaire en hernieuwbare grondstoffen, zoals biobased materialen, en energie en grondstoffen efficiënter te gebruiken, kan een duurzamer en economisch toekomstbestendiger systeem ontstaan.
De complexiteit van de verduurzamingsopgave
In Limburg zien we deze opgave heel concreet op Chemelot. De chemiesite is van grote economische betekenis voor de regio en staat tegelijkertijd voor een ingrijpende verduurzamingsopgave. In lijn met de oorspronkelijke Nederlandse en Europese ambities wil Chemelot in het jaar 2050 een circulaire, duurzame en volledig klimaatneutrale gemeenschap van kleine en grote chemische bedrijven zijn, die optimaal profiteert van gedeelde kennis.
Voor de Nederlandse economie en kennisontwikkeling is het van groot belang dat de basischemie voor Nederland behouden blijft. Want de chemie-industrie staat aan het begin van vele economische waardeketens en zorgt voor een kleinere afhankelijkheid van het buitenland. Tegelijkertijd kan die positie alleen behouden blijven als de industrie erin slaagt te verduurzamen. Er is daarom grote behoefte aan innovatie, nieuwe banen en nieuwe verdienmodellen.
Daar zit een belangrijk knelpunt. De transitie naar klimaatneutraal is niet alleen technisch − met nieuwe producten en processen − maar ook economisch omdat circulariteit rendabel moet worden en sociaal en organisatorisch, omdat gedrag en samenwerking moeten veranderen. Ontwikkelingen op het gebied van technologie, prijsprikkels, regelgeving, verdienmodellen, bewustwording én het daadwerkelijk meten van de effecten, bijvoorbeeld met Life Cycle Assessment, moeten bovendien snel plaats vinden. De time-to-market moet korter.
En deze genoemde innovaties zijn niet voldoende. Nieuwe ontwikkelingen zorgen ook voor een nieuwe kennisbehoefte. Dit vraagt om andere opleidingen en om bij- en omscholing van werkende professionals. Naast de time-to-market moet daarom ook de time-to-job korter: nieuwe kennis en vaardigheden moeten sneller hun weg vinden naar werkenden.
Innovatie en opleiden moeten hand in hand gaan
Innovatie en onderwijs zijn investeringen waarbij de kosten voor de baten uitgaan. Juist daar ligt een belangrijke oplossingsrichting. Door nieuwe ontwikkelingen direct te koppelen aan opleiden in zogeheten learning communities kunnen zowel de time-to-market als de time-to-job worden verkort. In zo’n learning community werken onderwijs, onderzoek en werkveld gezamenlijk aan echte vraagstukken. Investeringen dragen direct bij aan talentontwikkeling, innovatie en professionalisering.
Een concreet voorbeeld daarvan bevindt zich eveneens op Chemelot. Bij expertisecentrum CHILL, een innovatieve community voor leren en werken op de Brightlands Chemelot Campus, werken studenten van verschillende opleidingsniveaus en disciplines – voornamelijk maar niet uitsluitend technische opleidingen − samen met docent-onderzoekers en professionals uit het werkveld in zogenoemde multi-level en interdisciplinaire Communities for Development. Gezamenlijk wordt R&D uitgevoerd voor actuele vraagstukken uit de praktijk. De lectoraten Material Sciences, Employability en Professionalisering van het onderwijs van Zuyd onderzoeken samen wat deze manier van werken betekent voor talentontwikkeling en het Human Capital in de regio.
Advies aan het kabinet: investeer juist nu in talentontwikkeling en innovatie
Als het kabinet zijn klimaatambities serieus neemt, moet en kan het klimaatbeleid niet los worden gezien van innovatie, onderwijs en arbeidsmarktbeleid. De verbinding daartussen bepaalt of nieuwe duurzame technologie daadwerkelijk kan worden ontwikkeld, toegepast en opgeschaald.
Mijn advies aan het kabinet is daarom om juist nu structureel te investeren in de combinatie van talentontwikkeling en innovatie. Geef daarbij nadrukkelijk ruimte aan learning communities waarin bedrijven met onderwijs- en onderzoeksinstellingen gezamenlijk werken aan deze transitie. Lectoraten van hogescholen nemen daarin als kennispartner een centrale positie in: zij verbinden onderwijs en toegepast onderzoek met maatschappelijke opgaven en partners in de regio. Investeren in die infrastructuur kost op korte termijn geld, maar levert op lange termijn veel meer op: een concurrerende en duurzame industrie, nieuwe kennis en verdienmodellen, voldoende gekwalificeerd talent en uiteindelijk minder klimaatgerelateerde kosten.
Vind hier meer informatie over het lectoraat Material Sciences | Zuyd Hogeschool. Het lectoraat werkt nauw samen met expertisecentrum CHILL - Empowering Tomorrow's Talent en met Brightlands | Chemelot Campus, waar het lectoraat is gehuisvest.