Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer Skip to search Skip to menu
Nieuws

Marianne Nieuwenhuijze: pionier in Nederlandse verloskunde

5 juni 2026 4 minuten leestijd
Marianne Nieuwenhuijze

Lector Marianne Nieuwenhuijze (66) van Midwifery Science bij Zuyd gaat met pensioen. “Maar ik ga niet stilzitten. Ik ga me verdiepen in de historie van de verloskunde.” Vandaag blikt ze terug op haar eigen historie: een halve eeuw pionieren in de geboortezorg.

Je begon net als veel studenten als 18-jarige met een studie verloskunde. En toen? 

“Klopt, al heette het toen nog niet: Academie Verloskunde Maastricht. Na mijn diploma werkte ik als verloskundige in het ziekenhuis van Roermond. Daarna was ik 14 jaar eerstelijns verloskundige. En in 1999 werd ik docent op de vroedvrouwenschool in Kerkrade. Daarna werd ik beleidsmedewerker, adjunct-directeur en in 2007 hebben we toen een onderzoeksgroep opgericht. In 2008 kwamen we bij Zuyd terecht.”

Maar toen heette dat onderzoeksteam nog geen lectoraat.

“Nee, dat was pas in 2015. Toen werd ik lector Midwifery Science. En 5 jaar later werd ik bijzonder hoogleraar Midwifery / Fysiologische Verloskunde aan Universiteit Maastricht.”

Waarom is onderzoek zo belangrijk?

“Omdat je als professional je handelen goed wilt onderbouwen. Verloskundigen moeten hun eigen vragen onderzoeken en niet alleen afhankelijk zijn van artsen. En er waren nog genoeg hiaten in onze kennis. Bijvoorbeeld over het hechten van de wond na de bevalling, baringshoudingen of wanneer je een zwangerschap als over tijd beschouwt. Kennis die ook nodig om studenten het vak zo goed mogelijk te leren.”

Hoe wisten verloskundigen voor jullie onderzoek dan wat ze moesten doen?

“Door ervaring en logica. Maar een beperkt deel van ons handelen is echt goed onderbouwd. Ik schat zo’n 25 procent. En ethisch gezien kun je niet alles onderzoeken. Je kunt als onderzoeker niet tegen de ene groep zwangeren zeggen dat ze dagelijks alcohol moeten drinken zodat je dat kunt vergelijken met een andere groep die niet drinkt. Om de gevolgen van alcohol te zien, moet je goed observeren.”

En hoe zit het met roken? 

“Je ziet dat roken de moederkoek aantast. Dus dat gevolg is heel duidelijk.”

In 2014 promoveerde je in Nijmegen aan de Radboud Universiteit. Waarover ging je promotieonderzoek?

“Over baringshoudingen. Ik onderzocht wat bepaalt of vrouwen een andere houding gebruiken of niet. En dat hangt blijkbaar sterk af van hun zorgverlener. Ook waren vrouwen tevredener over de bevalling als ze samen met de verloskundige een beslissing konden nemen.”

Veranderde er veel toen je een jaar later lector werd?

“Ja, als onderzoeksteam krijg je dan meer bekendheid buiten de schoolmuren en makkelijker toegang tot subsidies. Mensen zeggen eerder: ‘laten we Midwifery bij dit onderzoek betrekken’. Ook landelijk gebeurde er in die tijd veel. Alle verloskunde-opleidingen vormden onderzoeksgroepen. En de output van al die onderzoeken nam toe van 4 of 5 artikelen per jaar naar 20 tot 30. In 2014 was ik de 18e promovenda. Nu zijn er 55 mensen binnen midwifery science gepromoveerd!”

Wanneer is een onderzoek echt nuttig?

“Kijk, je kunt bijvoorbeeld onderzoeken of vrouwen met een kortere baarmoedermond meer kans hebben op een vroeggeboorte. Maar de vraag is natuurlijk hoeveel vroeggeboortes voorkom je dan. Het is minstens zo interessant om naar armoede, stress en klimaatverandering te kijken als het gaat om vroeggeboortes. Want dat speelt ook allemaal een rol.”

Wacht even, meer bomen voorkomen vroeggeboortes?

“Ja. We zien dat meer kinderen te vroeg geboren worden op warmere plekken in binnen- en buitenland. Planten, bomen en ruimere wijken zorgen voor koelte. Dus dat is ideaal om vroeggeboortes te voorkomen. Maar onderzoek naar verloskunde is een puzzel van duizenden stukjes. Zelfs met big data krijg je die niet opgelost.”

Jeuken je handen om dit te onderzoeken? 

“Tuurlijk. De ideeën blijven komen. Die kunst om het ambacht van verloskunde te combineren met de wetenschap. En we zien dat vrouwen gelukkig nog meer vertrouwen op hun verloskundige dan op AI.”

Waar ben je het trotst op?

“Dat onze onderzoeksgroep zo nauw verbonden is met onderwijs. Studenten weten vaak niet eens dat wat ze leren, voortkomt uit ons eigen onderzoek!”

Wordt het afscheid lastig?  

“Nou, ik blijf als hoogleraar nog 4 jaar mijn 7 promovendi begeleiden aan de universiteit. Maar er komen geen nieuwe projecten meer bij. Dat ik stop, is ook een kans om iets anders te doen. Want ik ben sinds mijn 18e steeds bezig geweest met verloskunde. Als student, docent en onderzoeker. En toen ik zelf kinderen kreeg was dat eigenlijk ook nog mijn werk.”

Wat ga je na je afscheid doen?

“Presentaties geven en schrijven over de historie van verloskunde. En ik wil me meer met de natuur bezighouden. Dus dat staat helemaal los van de zorg.”

Nee, want meer bomen voorkomen vroeggeboortes!

“Haha, klopt. Ja, ik ga voor groenere steden om vroeggeboortes te voorkomen! Maar eerst ons symposium met mijn afscheidsrede op 5 juni over een halve eeuw verloskunde. Van de komst van de echografie en het bepalen van het geslacht tot afwijkingen voorspellen en de vraag of je voor een abortus moet kiezen als een kind een hazenlip heeft. Ik ben benieuwd of we naar de natuur blijven luisteren? Is altijd krijgen wat je wilt de weg naar geluk?  Of maakt wat je niet krijgt, je soms juist gelukkiger? Blijven we beseffen dat een stukje imperfectie ook bij het leven hoort? Dus ik zeg altijd: de geboortezorg raakt aan alles.”