Impuls Blog: Naaste buren
Een beetje hogeschool of universiteit is tegenwoordig lid van een internationale universiteitsalliantie. Dat was tot niet lang geleden voorbehouden aan een select gezelschap, dat zich in – veelal zelfbenoemd prestigieuze – leagues verenigde. Een proces van reputatieontwikkeling en reputatiebevestiging, met bijbehorende league tables die de pikorde nader duiden. De Ivy League is daarvan waarschijnlijk de meest bekende, maar ook de Russell Group, de Association of American Universities en de League of European Research Universities zijn voorbeelden van academische exclusiviteit.
Sinds een aantal jaren heeft dergelijke alliantievorming een zeker emancipatieproces doorgemaakt, daartoe gestimuleerd door onder andere het European Universities Initiative. Hiermee wil de Europese Commissie hogeronderwijsinstellingen binnen de EU verregaand laten samenwerken. Alle Nederlandse universiteiten zijn inmiddels aangesloten bij zo’n Europese alliantie. Ook verschillende Nederlandse hogescholen nemen deel aan het initiatief.
Wat de toegevoegde waarde is van die bijeengezochte netwerken, waarvan de deelnemers zich vaak honderden kilometers of meer van elkaar bevinden … ik zie het niet.
Nu ben ik een Europeaan in hart en nieren, misschien nog wel meer dan dat ik Nederlander ben. En ook internationale samenwerking tussen hoger onderwijsinstellingen ligt mij na aan het hart. Maar wat nu, voor een Nederlandse universiteit of hogeschool, de toegevoegde waarde is van die bijeengezochte netwerken, waarvan de deelnemers zich vaak honderden kilometers of meer van elkaar bevinden … ik zie het niet.
Voor internationale studenten- en stafmobiliteit hoeven we het niet te doen, want die wordt met onder andere Erasmus+ reeds fantastisch ondersteund. Ook komen gezamenlijke opleidingen met bijbehorende double en joint degrees doorgaans prima van onderop tot stand, zonder dat hele universiteiten of hogescholen elkaar de liefde hoeven te verklaren. En de internationale onderzoeksnetwerken lopen doorgaans langs de lijnen van individuele onderzoekers, vakgroepen en instituten, daarin aangemoedigd door initiatieven als de Europese Framework Programmes for Research and Development, de European Research Council en EU4Health. Vanwaar dan al die inspanningen en bijbehorende vliegmijlen van beleidsmakers, bestuurders en programmamanagers om het zoveelste Europese netwerk op te tuigen?
Vanwaar al die inspanningen en bijbehorende vliegmijlen van beleidsmakers, bestuurders en programmamanagers om het zoveelste Europese netwerk op te tuigen?
Ook uit impactonderzoek naar het European Universities Initiative blijkt de meerwaarde vooralsnog weinig overtuigend. En ik snap dat eerlijk gezegd ook wel. Zou het niet beter zijn, zo vraag ik mij af, om juist voor een goede buur te gaan in plaats van die verre vriend? Dat is voor wat betreft samenwerking op instellingsniveau in ieder geval waar ik mij voor Zuyd comfortabel bij voel. Juist in onze Euregio Maas-Rijn, binnen een straal van 25 kilometer, doet zich bij uitstek de gelegenheid voor om te studeren, te doceren, te onderzoeken en te ondersteunen in een ander onderwijssysteem, een andere cultuur en desgewenst in een andere taal. En dat onverkort voor nog steeds hetzelfde Euregionale werkveld, waarin onze afgestudeerden zich sinds jaar en dag (bijna) grenzeloos bewegen.
Zou het niet beter zijn om juist voor een goede buur te gaan in plaats van die verre vriend?
Die samenwerking van Zuyd met hogescholen en universiteiten uit de Euregio kent diepe wortels. En ook heden ten dage doen onze opleidingen en lectoraten veel dingen samen: van het bij elkaar lesgeven tot studentenuitwisseling, van gezamenlijke deelname aan onderzoeken tot het gebruik van elkaars faciliteiten. De opleiding Communication and Multimedia Design is zelfs ontsproten uit een samenwerking tussen de Fachhochschule Aachen, de toenmalige Katholieke Hogeschool Limburg in Genk en Zuyd Hogeschool.
Aan die Euregionale samenwerking is vorige week een nieuwe loot ontsproten. In het Gouvernement in Maastricht ondertekenden 11 hogescholen uit Noordrijn-Westfalen, de provincie Luik, Belgisch Limburg en Nederlands Limburg een overeenkomst om de komende jaren opleidingsprogramma’s van de diverse instellingen voor elkaar open te stellen. Op deze wijze kunnen studenten van de drie landen probleemloos vakken, minoren of zelfs gehele programmaonderdelen over de grens volgen, zonder dat dit gepaard gaat met extra kosten en administratief gedoe. Zo kan internationale ervaring worden opgedaan, terwijl je als student toch gewoon thuis kan blijven voetballen. Een variant op de al langer binnen Zuyd aangeboden internationalisation at home. De Einstein Academy voor het beroepsonderwijs, die het afgelopen jaar van start is gegaan, vormt daarvoor de blauwdruk. Deze kan naar verwachting ook gebruikt worden voor andere sectoren, zoals business, communicatie, gezondheidszorg en de kunsten.
Zo kan internationale ervaring worden opgedaan, terwijl je als student toch gewoon thuis kan blijven voetballen.
Behalve door 11 hogescholen werd de overeenkomst vorige week ook ondertekend door de provinciale overheden én door vertegenwoordigers van het Euregionale bedrijfsleven. Dat maakt de buurtgemeenschap compleet, hoe mooi is dat.
Overigens vond de ondertekening plaats aan de tafel die destijds is gebruikt voor het Verdrag van Maastricht. Ik ben benieuwd welk jaartal volgende generaties noemen, wanneer ze worden gevraagd naar dit beroemde Verdrag. Waarschijnlijk 1992. Maar wie weet … 2026?
André Postema, bestuursvoorzitter Zuyd Hogeschool