Impuls Blog: Leve de Universiteit van Limburg!
Onze zusterorganisatie viert dit jaar haar 50e verjaardag. Op 9 januari 1976 ondertekende Koningin Juliana, geflankeerd door oprichter Sjeng Tans, in de Sint Servaaskerk in Maastricht de oprichtingsakte van de Rijksuniversiteit Limburg. Een handtekening waar veel aan was voorafgegaan. Want hoe lang verlangde Limburg al naar een eigen universiteit! En een handtekening waar veel, heel veel uit is voortgekomen. Voor Limburg, maar ook voor Nederland en zelfs daarbuiten.
Want de universiteit was de eerste in ons land die met een eigen, instellingsbrede didactiek kwam: het probleemgestuurd onderwijs (PGO), dankbaar overgenomen van de Canadese McMaster University. Leren op basis van echte, uit de praktijk ontleende vraagstukken. Leren op basis van wat je al weet, onderling gedeeld in de tutorgroep, en wat je nog niet weet. Om vervolgens gericht naar informatie en instructie op zoek te gaan om deze kennis aan te vullen. En daarmee tegelijkertijd allerlei competenties te ontwikkelen: van zoeken tot samenwerken, van leren tot presenteren.
Het PGO is niet meer weg te denken uit het Nederlandse hoger onderwijs
Eigenaarschap van het leerproces bij de student zelf neerleggen, ga er maar aanstaan. En toch deed de universiteit dat. De rest is geschiedenis. Het PGO is niet meer weg te denken uit het Nederlandse hoger onderwijs. En niet alleen in de geneeskundeopleidingen – waar het in Maastricht mee begon. En ook niet alleen bij de universiteiten, maar evenzeer bij de hogescholen.
Het was óók een tocht door de woestijn
Nu vieren we het succes van onze universiteit. Maar het was óók een tocht door de woestijn. Ik noemde al de moeizame totstandkoming. Niet voor niets staat er een indrukkend standbeeld van Tans op het plein van het voormalige Jezuïetencollege in Maastricht, de plek waar het voor de universiteit allemaal begon. Tans en de zijnen moesten eindeloos het gevecht aangaan met de reeds bestaande universiteiten in ons land, die een nieuwkomer erbij niet zagen zitten. Uiteindelijk werd het muizengaatje gevonden door niet een gehele universiteit, maar enkel een medische faculteit te starten.
Nog in haar prille beginjaren kwam er nog een opgave bij. Toenmalig kamerlid en de latere minister van onderwijs Deetman kreeg in 1978 een motie aangenomen die de Limburgse Universiteit opdroeg te groeien naar 6.000 studenten – met sluiting als stok achter de deur. Daar wisten ze in Maastricht, na de eerste schrik, wel raad mee. Er werden nieuwe faculteiten opgericht in populaire vakgebieden, zoals rechten en economie. En men ging de grens over: eerst nog in de directe Euregio Maas-Rijn, maar spoedig kwamen de studenten ook van (veel) verder. En dat alles aangejaagd met een destijds door velen als “onacademisch” verfoeide marketing. Ik heb de posters en advertenties van die tijd nog voor ogen: het dikkertje Billy Turf met doctoraalhoed en daaronder de tekst “Hoe zwaar moet je zijn voor Maastricht?” In 1990 werd Deetman symbolisch ingeschreven als 6.000ste student.
In 1990 werd minister Deetman symbolisch ingeschreven als 6.000ste student
Overigens ging Deetmans fascinatie met veelvouden van 60 ook niet aan het hoger beroepsonderwijs voorbij. Als minister startte hij midden jaren tachtig het proces van (gedwongen) schaalvergroting, taakverdeling en concentratie, de zogeheten stc-operatie. Voor kleinere instellingen met minder dan 600 studenten was er geen plaats meer. Dit leidde ertoe dat van de destijds 400 hogescholen er nu nog 36 over zijn. Waaronder Zuyd Hogeschool, die uiteindelijk via de fusie van de Hogeschool Limburg en de Hogeschool Maastricht in 2001 tot stand kwam. Komend studiejaar vieren we als Zuyd ons 25 jaar bestaan, in de wetenschap dat onze wortels veel dieper steken.
Terug naar de Limburgse universiteit, die in 1996, meeliftend op de naamsbekendheid van het Verdrag van Maastricht, werd herdoopt tot Universiteit Maastricht. Toen ik daar zelf in 2005 als bestuurder aantrad stonden er geheel nieuwe uitdagingen te wachten. Zo dreigde met de introductie van de bachelor-masterstructuur in het kader van het Bologna-proces de universiteit als “bachelor university” bestempeld te worden. De indrukwekkende groei in het aantal masterstudenten en promoties in de jaren daarna toonde het tegendeel. Ook kwamen, wederom met de nodige creativiteit, programma’s en onderzoekslijnen in de natuurwetenschappen tot stand, uiteindelijk uitgroeiend tot de uitermate succesvolle Faculty of Science & Engineering. En, minder spectaculair maar o zo belangrijk: de universiteit ging zich meer richten op de regio. Want als meest internationale publieke universiteit van Europa blijft dat een aandachtspunt: hoe ervoor te zorgen dat Limburg maximaal profiteert van zijn universiteit?
Alsof “academisch” en “praktijkgericht” elkaar uitsluiten
Voor dit laatste zijn er aanknopingspunten, óók met Zuyd. Voor het aantrekken én vasthouden van talent is immers van belang dat de onderwijsprogramma’s dit ook maximaal bevorderen. Bij Zuyd doen we dat door onze studenten samen met het werkveld op te leiden en door ons onderzoek samen met het werkveld uit te voeren. Dit draagt bij aan zeer aantrekkelijke studies én behoud van de afgestudeerde voor de regio. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom de Nederlandse universiteiten hier zo van wegblijven. Alsof “academisch” en “praktijkgericht” elkaar uitsluiten.
Een ander belangrijke impuls voor Limburgs talentbehoud is het zoveel mogelijk weghalen van de kunstmatige schotten tussen mbo, hbo en wo. Zolang die schotten bestaan, zal er in Nederland sprake blijven van standenonderwijs. Dat is niet alleen moreel verwerpelijk, maar ook niet verstandig. De samenleving is gebaat bij scholing waarin diverse denk- en doe-niveaus elkaar treffen. Waar een mbo’er en diens hbo- en wo-collega samen worden opgeleid voor de zorg. Waar je als universitaire student Mechanical Engineering ook eens een lasapparaat mag vasthouden. En waar onderzoek niet alleen leidt tot een artikel voor vakgenoten, maar ook in de praktijk wordt toegepast.
Zolang de schotten tussen mbo, hbo en wo bestaan, zal er sprake blijven van standenonderwijs
Bovenstaande kunnen we de jubilaris niet aanrekenen. Allesbehalve. Als geen ander werkt de Universiteit Maastricht aan de verbinding met de regio. De Brightlands Campussen, de vestiging in Venlo en straks ook in Heerlen, tonen dit moedige commitment. En met het mbo en hbo wordt samengewerkt aan de onderwijswaaier van voormalig minister Dijkgraaf, een perspectief dat de komende minister van OCW hopelijk verder gaat brengen. In Limburg wachten we daar niet op: we zijn als mbo, hbo en wo zelf alvast maar begonnen met het ontschotten van ons onderwijs en onderzoek. Een Euregionale onderwijsruimte waarin grenzen tussen landen én instituties worden geslecht. In het Noorden noemen ze dat de Universiteit van het Noorden. In het Zuiden zou dat zo maar eens de Universiteit van Limburg kunnen worden. Maar eerst is het feest.
Vaan harte perficia collega’s!
André Postema, bestuursvoorzitter Zuyd Hogeschool