Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer Skip to search Skip to menu
Nieuws

Impuls Blog: Hoog bezoek

9 april 2026 6 minuten leestijd
Impuls

Een aantal jaren geleden stond laat in de avond bij mijn schoonouders een verwarde man voor de deur, enkel gekleed in hemd en onderbroek. “Ik ben de engel Gabriël”, sprak hij plechtig. “Nou dan hebben we hoog bezoek, komt u binnen”, antwoordde mijn schoonmoeder.

Afgelopen maand hadden we in Limburg eveneens hoog bezoek, maar nu netjes in de kleren en met een kraakheldere boodschap: Als we de welvaart van ons mooie land de komende jaren op peil willen houden, dan is een radicale investeringsagenda nodig, vooral in technologie. Dit is noodzakelijk voor onze concurrentiepositie, economische groei en arbeidsproductiviteit. En dat laatste is weer nodig, aangezien we de komende decennia met veel minder werkenden veel meer ouderen hebben te bedienen. Was getekend Peter Wennink, oud-topman van ASML en door de vorige regering gevraagd advies uit te brengen over het toekomstige verdienvermogen van Nederland.

Tijd voor actie

Wennink bouwt voort op het rapport dat Mario Draghi in 2024 voor de Europese Commissie opstelde. Draghi benoemt daarin drie pijlers voor actie. In de eerste plaats het dichten van de innovatiekloof: we onderzoeken en innoveren in Europa veel, maar slagen er onvoldoende in dit te commercialiseren en op te schalen. In de tweede plaats decarbonisatie en concurrentiekracht: we moeten onze economie vergroenen, juist om op de lange termijn concurrerend te blijven. En in de derde plaats de noodzaak tot het versterken van onze veiligheid en weerbaarheid, door het verminderen van afhankelijkheden.

Nu kun je hier best wat tegen inbrengen. Eenzijdig economisch, zeker. Een nogal dominante rol voor het grootbedrijf, check. Weinig oog voor het sociale en maatschappelijke draagvlak en veranderingsvermogen, is óók zo. Maar tegelijkertijd: het moet de komende decennia allemaal wel verdiend worden voordat we het kunnen uitgeven. Behoud van onze brede welvaart zonder aandacht voor ons verdienvermogen, dat gaat niet.

Behoud van onze brede welvaart alleen haalbaar mét aandacht voor ons verdienvermogen.

Dus Peter Wennink uitgenodigd om naar Limburg te komen. Hij stelt in zijn rapport immers een viertal domeinen centraal waarmee we in onze provincie goed uit de voeten kunnen: Digitalisering & AI, Veiligheid & Weerbaarheid, Energie- & Klimaattechnologie en Life Sciences & Biotechnologie. En Wennink wil graag het verhaal van de bedrijven zelf horen. Van start-ups tot groeibriljanten, maar met de ambitie én de potentie om met een toekomstige waardering van € 1 miljard de unicorns van het komende decennium te worden. Nee, Wennink komt niet voor klein bier.

Hebben we die in Limburg? Als het aan de Limburgse bedrijven ligt die zich aan Wennink voorstelden: zeker. Bijvoorbeeld voor het leveren van de productieapparatuur voor het herstellen, vervangen of vernieuwen van beschadigde menselijke cellen, het “Limburgse ASML van de regeneratieve geneeskunde”. Voor de grootschalige productie van gekweekt vlees, waarmee dier én mensheid enorm geholpen is. Of voor het vervaardigen van groene waterstof en koolstof uit gemeentelijk restafval, waarmee het motto “afval bestaat niet” weer een stap dichterbij komt.

De randvoorwaarden moeten op orde gebracht.

Maar het eerlijke antwoord is: in de huidige situatie waarschijnlijk niet. En dat komt omdat we de randvoorwaarden niet op orde hebben. Sterker nog, aldus Wennink, die randvoorwaarden zijn – in Nederland – de afgelopen jaren verslechterd. Hij constateert steeds verder oplopend achterstallig onderhoud, waardoor bedrijven, kennisinstellingen en financiële partijen op allerlei gebieden vastlopen op structurele belemmeringen. Het is daarom noodzakelijk dat snel actie wordt ondernomen op vier gebieden. Versnelde vergunningverlening, versimpeling van de regels en meer lef bij de uitleg daarvan. Meer durven sturen op talent, ook uit het buitenland. Betaalbare en betrouwbare energievoorziening. En versterking van de economische infrastructuur, specifiek de ecosystemen waar wetenschappelijke kennis, innovatie en industriële productie samenkomen.

Nu heeft Limburg als het om die ecosystemen gaat met de Brightlands campussen goede papieren. En daarnaast hebben we ook de kennis, de ruimte en een unieke positie in de ruit Eindhoven-Aken-Luik-Leuven om onze vleugels verder uit te slaan. We behoren volgens het Intelligent Community Forum tot de wereldwijde Smart21: regio’s die uitblinken in innovatiekracht, kennisontwikkeling en duurzaamheid. Zuid-Limburg is in de nationale nota Ruimte aangewezen als groeigebied. En met het recent aangekondigde Brightlands Future Fund voor start-ups en het mkb van € 100 miljoen laat ons provinciebestuur zien dat het menens is.

Een langetermijnperspectief voor de toekomst van de Nederlandse economie is essentieel.

Maar het achterstallige onderhoud waar Wennink op wijst, speelt ons ook hier in Limburg parten. Dit geldt in het bijzonder voor de onderliggende kwaal: het ontbreken van een langetermijnperspectief voor de toekomst van de Nederlandse economie. En een uitvoeringsagenda waaraan de overheid zich langjarig verbindt, over de horizon van een regeringsperiode heen. Zodat het vertrouwen van bedrijven, investeerders en werkenden groeit dat de grote transitie-uitdagingen – de toekomst van werk, gezondheid, energie en de leefbaarheid van de planeet – daadkrachtig en consequent ter hand worden genomen.

En daarmee legt Wennink de vinger op de zere plek. Want de overheid, ook het recent aangetreden kabinet-Jetten, blijft te veel gericht op de korte termijn. En op een verkokerde aanpak, waarbij de linkerhand (bijvoorbeeld natuurbehoud) niet samenspeelt met de rechterhand (bijvoorbeeld woningbouw). Het is typerend dat de aanbeveling van Wennink om de toekomstige welvaart en structurele groei Chefsache te maken, dus rechtstreeks onder de minister-president, niet is overgenomen. In plaats daarvan hebben we nu te maken met vier (!) bewindspersonen op het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en lijkt de verbinding met de andere ministeries steeds verder weg te geraken.

Voor Nederland, en voor Limburg, is het vijf voor twaalf.

Voor Nederland, en voor Limburg, is het vijf voor twaalf. Als we willen dat de chemische industrie behouden blijft en verduurzaamt, te beginnen bij Chemelot, dan moet nú zekerheid worden geboden over betaalbare energie en het weren van niet-duurzame producten uit China. Als we het infarct in de zorg, dat zich reeds manifesteert, het hoofd willen bieden, te beginnen met de Limburgse ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en jeugdzorg, dan moet nú rigoureus worden ingezet op de juiste (passende) zorg met de juiste middelen (mens en technologie) op de juiste plek (zo thuis mogelijk). Als we daadwerkelijk willen bouwen aan Europese onafhankelijkheid in termen van grondstoffen, data en defensie, te beginnen met de unieke productielocatie in Born, dan moet dit nú leiden tot andere regels en de interpretatie daarvan voor inkoop en staatssteun.

En voor dit alles moet meer, veel meer tempo worden gemaakt: van woningbouw tot energienetten, van OV-verbindingen tot een leven lang leren, van vergunningverlening tot rechtspraak. Het kan – en het moet.

Het rapport Wennink is niet de eerste in zijn soort en zal ook niet de laatste zijn. Wat ik ons gun is dat over dergelijke rapporten een heldere politieke uitspraak wordt gedaan. Te vaak nemen we er kennis van (of niet), we vinden er wat van (of niet), we winkelen selectief (of in het geheel niet) en gaan over tot de orde van de dag. Terwijl juist het advies van Wennink is om dat nu eens niet te doen, om met het hele pakket aan de slag te gaan. Ik steun dat advies. Laten we Wennink niet in zijn hemd staan, maar vooral gauw binnenlaten.

 

André Postema, voorzitter College van Bestuur Zuyd Hogeschool

Lees hier het opiniestuk van André over dit onderwerp in De Limburger (betaalmuur): Commissie Wennink slaat voor Limburg de spijker op z’n kop: het is 5 voor 12 | De Limburger.