Impuls Blog: A Night at the Opera
Om maar direct met de deur in huis te vallen: ik ben geen groot liefhebber van opera. Te pathetisch, te lang. En soms snap ik er ook weinig van, zelfs niet met enig huiswerk vooraf en de ondertiteling die tegenwoordig beschikbaar is.
Juíst met die ondertiteling. Dan denk ik: “Waar gaat dit over”? En: “Waarom wordt zoveel herhaald”? En: “Hoe duur waren die tickets ook alweer?” Het is duidelijk dat nogal wat van de artistieke (en cultureel-historische) finesses van de opera aan mij voorbijgaan.
Dat geldt ook voor mijn gezin. Ik vermeld dit niet als excuus, eerder als tweede biecht. Het dieptepunt was de Aida in de schitterende historische arena van Verona. Na twee akten (van de vier) hingen beide zonen slapend tegen mij aan te kwijlen en wapperde Mirjam met de scheidingspapieren. Nou ja, dat laatste is overdreven – we zijn niet getrouwd. Maar het signaal was duidelijk, en we zijn als een dief in de nacht naar buiten geslopen.
Na de tweede akte van de Aida zijn we als een dief in de nacht naar buiten geslopen
En laten we wel wezen, het ís soms ook een beproeving. In mijn tijd als bestuurder van de Universiteit Maastricht hadden we eens het genoegen in de Amsterdamse Stopera te vergaderen en daarna een modern Japans meesterstuk bij te wonen. Na enige tijd lag het voltallige college van bestuur onder zeil. Mocht daar een foto van zijn genomen en mocht dit in deze tijd van kiss & sleep cams hebben plaatsgevonden, dan hadden we waarschijnlijk subiet ons congé gekregen.
Voor mij dus MVV boven Don Giovanni, Tarantino’s Kill Bill boven Wagners Tristan en Isolde. En tegelijkertijd … hoeveel mooie opera’s heb ik inmiddels al wél gezien! Angels in Amerika begin jaren negentig, tijdens de piek van de AIDS-epidemie. De rockopera’s Hair, Tommy en Jesus Christ Superstar. Les contes d’Hoffmann, door onze eigen Opera Zuid. Het is dus niet zozeer de opera zelf, alswel de uitvoering die de een wel en de ander juist niet kan bekoren.
Voor mij dus MVV boven Don Giovanni, Kill Bill boven Tristan en Isolde
Aan deze lijst kan zonder twijfel La prova di un’opera seria, worden toegevoegd. Een sprankelende komische opera van Francesco Gnecco, gecreëerd rond 1805 en opnieuw tot leven gebracht door studenten van Conservatorium Maastricht. In deze eenakter, afgelopen maand opgevoerd in Studio Malpertuis Maastricht, maakt het publiek backstage deel uit van een operaproductie, waarin nogal wat anders loopt dan bedoeld. De laatste generale repetitie wordt gedomineerd door ego’s, rivaliteiten en misverstanden, wat tot een vermakelijke satire leidt over wat de wereld van de opera blijkt te zijn. En tegelijkertijd … prachtig spel van bijzonder kleurrijke karakters. En hoe vaak maak je het mee dat het operaorkest niet is weggeborgen in de bak, maar pal naast het publiek tot grote hoogte komt. Inclusief het hoor- en zichtbaar knappen van een snaar van een van de violistes, vlak voor het openingsakkoord. Je voelt letterlijk waar muziekonderwijs, waar een opera over gaat.
Het is niet de eerste keer dat Conservatorium Maastricht mij bij de hand neemt om te leren genieten van muziek
En het is niet de eerste keer dat Conservatorium Maastricht mij bij de hand neemt om te leren genieten van muziek, ook wanneer deze moeilijker toegankelijk is. Zo werd ik vorig jaar meegenomen in een uitvoering van Conservatorium Maastricht Symphonic Orchestra, waarin de muziekopbouw voor het publiek in al zijn afzonderlijke onderdelen aanschouwelijk werd gemaakt. Ik hoorde ineens instrumenten die voor mij als leek normaliter wegvallen in het grote geheel.
Dat leent zich als metafoor voor tal van situaties waarin teamwork, collectief presteren aan de orde is. Kunst als muze, precies zoals het hoort.
André Postema, bestuursvoorzitter Zuyd Hogeschool