Burgerbetrokkenheid energietransitie meer dan participatie ‘afvinken’
Promotieonderzoek laat zien dat échte betrokkenheid ontstaat door tijdig relaties aan te gaan, en niet door losse participatiemomenten.
Burgerparticipatie in de energietransitie wordt in de praktijk vaak beperkt tot een middel om plannen uit te leggen of draagvlak te peilen. Dit terwijl een geslaagde energietransitie juist vraagt om duurzame relaties tussen burgers, overheden en andere betrokkenen. Wat nodig is, is een aanpak waarbij inwoners tijdig worden betrokken en er oog is voor hun zorgen en belemmeringen om echt mee te kunnen doen.
Dit blijkt uit het proefschrift ‘Embedded, relational, and process-oriented: Understanding citizen engagement in energy transitions’ over burgerbetrokkenheid in de energietransitie van Nikki Kluskens. Nikki is onderzoeker bij het lectoraat Sociaal Werk van Zuyd Hogeschool. Op 17 april 2026 verdedigt zij haar proefschrift aan de Technische Universiteit Eindhoven.
Burgerbetrokkenheid wordt breed gezien als essentieel voor het slagen van de energietransitie. Toch wordt participatie vaak gebruikt als middel om draagvlak te creëren voor vooraf vastgestelde plannen. Volgens Kluskens doet deze benadering geen recht aan hoe betrokkenheid van burgers daadwerkelijk werkt.
Burgerbetrokkenheid complex gegeven
Het onderzoek laat zien dat burgerbetrokkenheid een complex gegeven is. Burgers kunnen op velen manieren meedoen en hun betrokkenheid is diep ingebed in systemen. Zo wordt hun betrokkenheid gevormd door dagelijkse routines, sociale relaties, bestaand beleid en gehanteerde participatieprocessen. Wanneer participatie wordt gereduceerd tot iets wat afgevinkt moet worden, blijft deze vaak oppervlakkig en worden deze belangrijke aspecten niet of onvoldoende meegenomen.
Het onderzoek is gebaseerd op 53 interviews binnen elf energieprojecten in Nederland, variërend van wind- en zonne-energie tot warmtetransities, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Hieruit blijkt onder andere dat draagvlak geen vast eindpunt is, maar zich ontwikkelt in interactie tussen verschillende betrokken partijen. Meer “beperkte” participatie, zoals bijvoorbeeld meer consultatieavonden, leidt dan ook niet automatisch tot meer acceptatie.
Te simpele benadering
Daarnaast leert het onderzoek dat het idee van ‘energieburgerschap’ vaak te simpel wordt benaderd. Structurele ongelijkheden en praktische beperkingen spelen een grote rol in de mate en vorm van betrokkenheid. Ook blijken knelpunten in projecten vaak voort te komen uit verschillen tussen organisaties zoals gemeenten, woningcorporaties en energiebedrijven, en niet alleen uit weerstand van bewoners.
Andere kijk op burgerbetrokkenheid
Nikki pleit daarom voor een andere kijk op burgerbetrokkenheid: niet als middel tot een doel, maar als een doorlopend proces van je verhouden tot mensen, problemen en oplossingen. “Betekenisvolle betrokkenheid vraagt om tijd, transparantie en ruimte voor reflectie,” stelt zij.
De inzichten uit dit onderzoek bieden handvatten voor beleidsmakers en praktijkprofessionals om participatie inclusiever, rechtvaardiger en effectiever vorm te geven. Door beter aan te sluiten bij de leefwereld van mensen, wordt de energietransitie duurzamer en breder gedragen.
Klik hier om Nikki’s proefschrift te downloaden.