Student aan het woord
Student aan het woord

Student Tom en docente Fumi over hun samenwerking tijdens de opleiding

Voor het eerst in Japan werd student Tom getroffen door de schoonheid van de Japanse taal. "Ik wist niet wat ze zeiden, maar het raakte me." Toen ze klein was, wist Fumi Oshiumi al dat ze leraar wilde worden. Ze is inmiddels acht jaar docent aan de opleiding Oriëntaalse Talen en Communicatie. "Ik zie bij studenten vaak na één les al vooruitgang. Dat is een heerlijk gevoel."

Tom: “Ik ging eerst naar de havo, toen naar het vmbo, daarna naar het mbo en uiteindelijk naar het hbo. Wat heel erg in me zat, was: als ik iets niet interessant vind, kan ik er geen motivatie voor opbrengen. Op het mbo deed ik ICT, dat was oké, maar echt mijn passie? Nee. Ik vroeg me af: Wat wil ik doen? Wat wil ik worden? Wie wil ik zijn? Wat vind ik leuk? Reizen vond ik leuk, nieuwe culturen ontdekken, contacten met andere mensen. Toen besloot ik een jaar op wereldreis te gaan. Tijdens mijn wereldreis kwam ik ook in Japan. Ik dacht: wow! Ik was zo onder de indruk van de taal. Zo mooi. Ik wist niet wat ze zeiden, maar het raakte me. Op diezelfde reis werkte ik ook een tijd in Australië en ik kwam erachter dat sales en marketing me beviel. Terug in Europa heb ik gezocht naar een opleiding waar ik die twee kon combineren: de Japanse taal en werken in sales. Zo kwam ik bij de opleiding Oriëntaalse Talen en Communicatie terecht.”

Fumi: “Door het beroep van mijn vader verhuisden we in Japan van de ene stad naar de andere en kwam ik steeds op een andere school terecht. Dankzij de leraren vond ik dat niet erg. Toen dacht ik: leraar zijn, dat is een mooi beroep. Ik ging graag naar school. Voor mijn 23e was ik nog nooit buiten Japan geweest. Het is prettig hier in Europa, I like it a lot. De balans tussen werk en privé bevalt me. Ik vind het fijn hier te werken. Toen ik aankwam dacht ik één of twee jaar te blijven, ik woon nu bijna acht jaar in Maastricht. Behalve lesgeven heb ik ook andere taken: ik ben mentor, werk aan curriculumontwikkeling, enzovoorts. Maar dat geeft me toch niet hetzelfde gevoel als lesgeven.”

Ik wilde meer weten, meer leren. Zij had die extra tijd en aandacht voor me

Tom Nettersheim
student

Tom: “Ik wilde meer weten, meer leren. Ook buiten de lesuren kon ik bij mevrouw Oshiumi terecht, ze maakte altijd tijd voor me vrij. Dat hoefde ze niet te doen, ze moest ook tentamens nakijken en andere dingen doen. Maar ze deed een extra stapje voor je als je dat vroeg, ze had tijd en aandacht. Ik ben net afgestudeerd, binnenkort emigreer ik naar Japan. Ik heb daar vrienden, en een Japanse vriendin. Ik heb een baan op de internationale salesafdeling van een bedrijf in de auto-industrie gevonden. Als ik eraan denk dat ik de hele tijd Japans kan spreken, voel ik me nu al geweldig.”

Fumi: “Bij lesgeven denk je natuurlijk aan de langere termijn. Ik geef les in jaar één tot en met vier. Dan zie je hoe studenten zich ontwikkelen, niet alleen in hun kennis van het Japans, maar ook qua persoonlijkheid. Zeker als ze in het derde jaar zes maanden in Japan zijn geweest. Dan zijn ze gegroeid. Maar als je kijkt naar de korte termijn is lesgeven ook geweldig. Ik zie bij studenten vaak na één les al vooruitgang. Aan het einde van de les kunnen ze meer dan aan het begin. Dat is een heerlijk gevoel. Dan denk ik: dat heb je goed gedaan. Onze studenten zijn vaak heel gemotiveerd, ze zitten tot laat in de kantine te werken. Maar Tom is speciaal, hij is heel gedreven. Na het eerste jaar was zijn niveau al duidelijk hoger dan dat van andere studenten. Doordat hij zo gemotiveerd was vroeg hij om extra hulp, die heb ik gegeven. Ik denk dat we daardoor als docent en student wel een speciale band hebben opgebouwd.”

 

> terug naar opleidingsinformatie

>